Wagenaar, Bernard

Arnhem, 18 juli 1894
York (Maine), 19 mei 1971

Sonatine
1934
delen:
1. Allegro ma non troppo / Un poco tranquillo – Cadenza –
2. Andante semplice – Cadenza –
3. Allegro ma non troppo
tijdsduur: n.t.b.;
uitgever: Fischer, New York 1938;
vindplaats: Muziekbibliotheek van de Omroep.

Bernard Wagenaar studeerde in Utrecht aan de Toonkunst-Muziekschool (later overgegaan in het Conservatorium) viool bij Gerrit Veerman, piano bij Lucie Veerman-Bekker en compositie bij Johan Wagenaar. Deze laatste was overigens geen familie van hem, laat staan zijn vader zoals meerdere Amerikaanse artikelen beweren.
In 1920 emigreerde hij naar de Verenigde Staten. Van 1921 tot 1923 maakte hij als violist deel uit van de New York Philharmonic. Van 1925 tot 1968 was hij leraar contrapunt, instrumentatie en compositie aan de Julliard School of Music (aanvankelijk nog het Institute of Musical Art geheten). In 1927 werd hij Amerikaans staatsburger. Strikt gezien is zijn Sonatine voor cello en piano dus een Amerikaans stuk. Zijn Vioolsonate (1925) droeg hij op aan zijn vroegere Utrechtse leermeester Gerrit Veerman. De premières van zijn eerste twee symfonieën, beide bij de New York Philharmonic, werden geleid door Willem Mengelberg (1928) respectievelijk Arturo Toscanini (1933). Ook componeerde hij een triple concerto voor fluit, harp, cello en orkest (1937) en 5 Tableaux voor cello en orkest (1952).
Nick Perito, die bij Wagenaar studeerde, wijdt in zijn autobiografie enkele bladzijden aan zijn vroegere leraar.”He always wore a bow tie and smoked cigarettes that smelled exactly like pot. He insisted that they were a particular Turkish blend. Hmm?” En: “When he was asked questions like “What does a trombone or a clarinet sound like in the upper register?” he would answer, “My goodness, haven’t you ever heard Tommy Dorsey or Benny Goodman play?” If you can imagine someone saying that in a thick German [sic] accent, you will understand the charm that this wonderful man exuded. His love, appreciation, and knowledge of all kinds of music were astounding”  (I just happened to be there: making music with the stars, 2004, pp. 76-77). Perito vertelt ook dat Toscanini meteen al de eerste repetitie van Wagenaars Tweede Symfonie volledig uit het hoofd leidde.
Tot Wagenaars talloze studenten behoren ook William Schuman, Bernard Herrmann en Ned Rorem.

De schrijfwijze van de sonatine is bijzonder licht en transparant. De pianopartij is overwegend horizontaal en allesbehalve overladen met akkoorden. Het eerste deel bestaat uit afwisselend een Allegro, ma non troppo in 6/8 en regelmatig neigend naar scherzando en een Un poco tranquillo in 9/8 en meer espressivo. Na een kort hoogtepunt in ff begint de cello een cadens waar na enige tijd de piano zich bijvoegt, zodat beide instrumenten samen het tweede deel aanvangen, een tamelijk kort Andante semplice in 4/4. Een tweede cellocadens, nu Dramatico, leidt naar het derde deel: een Allegro ma non troppo in alla breve. Nagenoeg het hele deel rust op een doorgaande beweging van achtsten in de linkerhand van de piano. Aan het eind breekt de beweging langzaam af. Na drie piano-akkoorden in een gepuncteerd ritme wordt de sonatine besloten door drie vertragende noten col legno in de cello.
De uitgave van de cellopartij is verzorgd door Naoum Benditzky.

(13 augustus 2016, geactualiseerd 29 september 2016)