Amsterdam, 22 november 1900
Zoelmond, 6 december 1971
 
foto: NMI
 
 
Sonate facile
1950
delen:
1. Prélude classique
2. Bourrée moderne
3. Air romantique
4. Rondeau comique
tijdsduur: circa 15′;
opgedragen aan Carel van Leeuwen Boomkamp;
uitgever: Donemus, Amsterdam 1950.
 
 

Hugo Godron had vioolles aan de Toonkunstmuziekschool in Bussum en later bij Oskar Back. Vanaf 1921 studeerde hij compositie bij Sem Dresden. Hij was leraar compositie en harmonieleer aan de muzieklycea van Hilversum en Utrecht en van 1939 tot 1963 muziekregisseur bij de radio.
Naast werken voor piano solo, kamermuziek, concertante werken (vaak met klein ensemble) en enige symfonische composities, schreef hij met literator Max Teipe twee radiofonische werken: ‘Doornroosje’ en ‘Assepoester’. Bekroond werden de Concertsuite voor piano en strijkorkest (1949, Regeringsprijs) en de Sonatine voor 2 violen en piano (1958, Visser Neerlandia Prijs).
 
Godrons muziek is overwegend lichtvoetig van aard, zoals mag blijken uit titels als Chansonnettes, meerdere Miniaturen en Sérénades, Sinfonietta en Sonatine, en ook Sonate facile. In de klankkleuren en ritmes hoort men Franse en Zuidamerikaanse invloeden.
De Sonate facile is opgedragen aan cellist Carel van Leeuwen Boomkamp, die, ook als viola-da-gambaspeler, een vooraanstaande rol heeft gespeeld in de herwaardering van de oude muziek. Dat verklaart ongetwijfeld de titels van de vier delen, die naar de barokmuziek verwijzen: prélude, bourrée, air en rondeau. Natuurlijk zijn ze in een neo-klassiek jasje gegoten.

 
 
(7 augustus 2014)