Maastricht, 1 november 1858
Parijs (?), 26 maart 1926

Rêverie d’Automne (Nocturne)
(circa) 1905
tijdsduur: circa 4′;
uitgever: E. Gaudet, Paris 1905;
opgedragen aan Joseph Hollman.

De naam Wesly schijnt erop te wijzen dat de familie afkomstig was uit het Duitse Wesel. In ieder geval verhuisden de ouders van Émile van Düsseldorf naar Maastricht.
Wesly was aanvankelijk als journalist werkzaam in Brussel en publiceerde er met name artikelen over schilderkunst*. Daarnaast was hij componist, maar we weten op dit ogenblik niets over een eventuele muzikale opleiding. Voor zover bekend verscheen zijn eerste compositie, een Marche portugaise voor piano, in 1887 bij Cranz in Hamburg.
Vanaf ongeveer 1900 verplaatste zijn leven zich meer en meer naar Parijs. In dat jaar verscheen bij uitgeverij E. Gaudet de ‘valse chantée’ Fiançailles, een van zijn grootste succesnummers: het lied maakte deel uit van het repertoire van de befaamde chansonnière Paulette Darty en er verschenen geluidsopnamen van, evenals van andere composities. Chansons als Une drôle d’envie (Henri Desrosiers), L’heure du rêve (Pierre d’Amor) en de ‘gavotte chantée’ Confidences (G. Millandy) en korte pianostukken als de ‘marche-polka’ Joyeuse Entrée du Prince Carnaval, de wals Parisienne en de polka’s Bicyclette en Joyeux Ébats vormen het hoofdbestanddeel van Wesly’s oeuvre.
In 2012 werd ontdekt dat het lied L’étendard de la Pitié, waarvan Bertolt Brecht en Paul Dessau in 1939 de melodie gebruikten voor het beroemde ‘Lied der Mutter Courage’, in 1905 door Wesly gecomponeerd was op een tekst van Léon Derocher, als eerbetoon aan het Rode Kruis.Tot de uitvoerenden van dit en andere werken had de vooraanstaande, aan de Parijse Opéra verbonden Belgische bariton Jean-Baptiste Noté behoord.

De nocturne Rêverie d’Automne, gecomponeerd in de toonsoort Bes-groot, is in vele transcripties verschenen en met name die voor fluit en piano heeft zich over een grote populariteit mogen verheugen. Ze is geschreven in een melancholisch wiegende 9/8-maat en de melodie is zeer ‘zingbaar’ (je zou haast van een ‘nocturne chantée’ kunnen spreken). Na een iets beweeglijker maar niet echt contrasterend B-gedeelte in F-groot, keert het A-gedeelte terug, nu met een tegenstem in de rechterhand van de piano, gelardeerd met salonachtige arpeggio-accoorden. Het stuk eindigt in een geleidelijk verstillend coda. In de partituur staat als laatste noot voor de cello een bes genoteerd die er niet op zit, maar die zonder schade een oktaaf hoger gespeeld kan worden.

* Wie op google ‘Wesly, Emile – Elsevier’ invoert, kan een voorbeeld daarvan vinden.

opname:
Doris Hochscheid en Frans van Ruth, Dutch Cello Sonatas, vol.7

(augustus 2014)