Utrecht, 26 september 1922
Suawoude, 9 december 2002
 
 
Sonate
1966
delen:
1. Sogetti e discorso, Sonata
2. Campanelle
3. Pizzicato e Staccato, Cadenza
tijdsduur: circa 20′;
uitgever: Donemus, Amsterdam 1970;
opgedragen aan Ienske Sterk.
 
Sonatine française
1971
delen:
1. A l’aise
2. Méditation (Très lent)
3. Danse populaire (Vif)
tijdsduur: circa 7’30”;
uitgever: Donemus, Amsterdam 1971, maar komt niet meer voor in de Donemus-catalogus;
heruitgave: Harmonia, Hilversum 1974
 
Sonate Concertante
1982
delen:
1. Introduzione quasi una cantata. Allegro martellato
2. Capriccio enimmatico e Musetta. Rapido leggiero
3. Arioso con ritornelli. Adagio molto espressivo
4. Variazioni su un cantico. Allegretto
5. Fugati, Coda. Allegro energico, lento espressivo, maestoso
tijdsduur: circa 40′;
uitgever: Donemus, Amsterdam 1983;
opgedragen “aan Hein en Joan”;
gecomponeerd met financiële ondersteuning van het Amsterdamse Fonds voor de Kunst (stipendium 1981).
 
Berceuse pour B
1983
tijdsduur: ca. 5’15”;
verkrijgbaar bij: Frysk Muzyk Argyf (www.fryskmuzykargyf.nl).
 
 
Henk Stam studeerde aan het Utrechts Conservatorium bij onder meer Gerard Hengeveld (piano) en Hendrik Andriessen en daarnaast musicologie aan de Universiteit van Utrecht. Ook volgde hij cursussen in compositie (Wolfgang Fortner) en muziekkritiek in Darmstadt.
Hij vervulde meerdere functies in het Nederlandse muziekleven. Van 1948 tot 1954 was hij leraar aan de Stedelijke Muziekschool in Deventer. Vervolgens tot 1961 directeur van de Provinciale Zeeuwse Muziekschool in Middelburg, alwaar hij ook dirigent was van de Vereniging voor Instrumentale Muziek. Aansluitend was hij tot 1973 directeur van de Muziek- en Dansschool Rotterdam. Verder verrichtte hij journalistiek werk voor het Nieuw Utrechts Dagblad en de AVRO. Hij publiceerde meerdere boeken, waaronder in 1953 Inleiding tot de hedendaagse muziek.
Als jonge componist was hij, op uitnodiging van oprichter Walter Maas, in 1945 nauw betrokken bij de totstandkoming van Podium Gaudeamus, dat in 1950 overging in Stichting Gaudeamus, gevestigd in Huize Gaudeamus (de vroegere woning van Julius Röntgen) in Bilthoven. Hij was ook een van de eerste Nederlandse componisten die zich verdiepte in de muziek van Arnold Schönberg. Sporen daarvan zijn terug te vinden in zijn Derde Strijkkwartet (1949). Hij zag die muziek echter zeker niet als toekomstmuziek en wilde zich klaarblijkelijk sowieso niet vastleggen. Hij “waakte er”, aldus zijn weduwe, de celliste Ienske Sterk, in een gesprek met Sipke Hoekstra, “continu voor om in herhaling te vallen, was altijd op zoek naar nieuwe uitdrukkingsvormen”. En Peter Schat vertelt over zijn eerste leraar: “Daar heb ik fascinerende lessen van gehad. Dat heeft me erg geïnspireerd. Hij was erg met Paul Hindemith bezig, een componist die in die tijd belangrijk was. Ja, door zijn constructivisme, door zijn Ludus tonalis. Schönberg zag hij niet zo zitten” (geciteerd uit: Bas van Putten, Alles moest anders: biografie van Peter Schat (Amsterdam, 2015).
 
 
De sonatine is vooral een lichtvoetig werkje, zoals het verkleinwoord ‘sonatine’,  de toevoeging ‘française’ en de aanduiding boven het eerste deel: A l’aise, suggereren. De Méditation beslaat slechts één pagina in de partituur en is geschreven in een 5/4 maat. Attacca volgt daarop de Danse populaire in een binaire 6/8, die het idee van een volksdans oproept. Het deel, en daarmee de sonatine, eindigt in een Très lent, gevolgd door een Assez modéré in 6/8 maat, waarin de cello boogjes van zes achtsten speelt en de piano op iedere eerste tel een laisser vibrer noot.
 
Over de Sonate concertante zegt Henk Stam op de website van Donemus: “Het ervaren van een bedreigende samenleving temidden van een bedreigde natuur gaf de emotionele impuls tot het schrijven van dit werk. Zonder programmatisch te zijn, suggereert de muziek geweld en onmacht (deel 1 verwijst cynisch naar de finale van Beethovens negende), onvermogen tot communicatie, waartegenover irritatie en berusting (deel 3), levensdrift en verslagenheid (deel 5); verbleekte virtuositeit karakteriseert in de aanvang van de slotcadens egocentrie en verwarring, waarop vervreemding volgt (coda). Door deze achtergrond overschaduwd, tendeert zelfs speelsheid naar melancholie (deel 2) en vermaan (deel 4; voor de gesyncopeerde aanhef van dit deel vond de componist inspiratie in een blijmoedig optreden van de toentertijd bijna 100-jarige jazz-musicus Eubie Blake …”.
 
Over de Berceuse, waaraan de verwijzing “d’après Coppée et Baudelaire” is toegevoegd, zegt Ienske Sterk in haar interview met Sipke Hoekstra: “De ‘Berceuse’ behandelt het thema van de Onbereikbare Geliefde – het gaat er niet om of dat een bestaand of een illusionair iemand is. Het werk werd geschreven met mijn technische capaciteiten in het achterhoofd en samen voerden we het nog regelmatig en met veel plezier uit”.
 
 
In 1958 componeerde Henk Stam een Serenade voor cello solo.
 
 
opname:
Sonate, Sonatine française, Berceuse pour B: Wytske Holtrop & Frans Douwe Slot, cat.nr. Aliud ACD BJ 109-2
 
 
(29 september 2016; geactualiseerd op 18 november 2019, nadere informatie volgt nog)

Componisten

Alkema, Henk

Harlingen, 20 november 1944
Utrecht, 4 augustus 2011

Appy, Ernest

Den Haag, 25 oktober 1834
Kansas City, 2 augustus 1895

Badings, Henk

Bandoeng (Java), 17 januari 1907
Maarheeze, 26 juni 1987

Bijvanck, Henk

Koedoes (Java), 6 november 1909
Heemstede, 5 september 1969

Bouman, Antoon

’s Hertogenbosch, 18 oktober 1854
Wassenaar, 23 maart 1906

Bunge, Sas

Amsterdam, 19 juli 1924
Utrecht, 17 juli 1980

Dispa, Robert

Sint-Pieters-Leeuw (België), 19 september 1929
Hengelo (O), 6 maart 2003

Frid, Géza

Máramarossziget (Hongarije, thans Roemenië), 25 januari 1904
Beverwijk, 13 september 1989

Godron, Hugo

Amsterdam, 22 november 1900
Zoelmond, 6 december 1971

Kes, Willem

Dordrecht, 16 februari 1856
München, 22 februari 1934

Ketting, Otto

Amsterdam, 3 september 1935
Den Haag, 13 december 2012

Lilien, Ignace

Lemberg (thans Lviv, Oekraïne), 29 mei 1897
Den Haag, 10 mei 1964

Mul, Jan

Haarlem, 20 september 1911
Haarlem, 30 december 1971

Osieck, Hans

Amsterdam, 25 januari 1910
Bloemendaal, 22 juni 2000

Witte, G. H.

Utrecht, 16 november 1843
Essen (D), 3 februari 1929