Vanaf het begin van haar bestaan heeft de Stichting Cellosonate Nederland al haar activiteiten ontplooit zonder één eurocent regeringssubsidie. Wij zijn van mening dat de kunstwereld zich voor haar financiering niet eenzijdig tot de overheid moet wenden. Tegelijk vinden wij ook dat de overheid wel degelijk een morele en financiële verantwoordelijkheid draagt voor bepaalde onderdelen van ons cultuurleven. Een daarvan is het documenteren en toegankelijk houden van ons culturele erfgoed.

De staatssecretaris van cultuur heeft laten weten dat hij deze verantwoordelijkheid niet wil nemen. Dat betekent dat, als het aan hem ligt, het Nederlands Muziek Instituut en het Muziek Centrum Nederland per 1 januari 2013 de deuren zullen moeten sluiten. Hoe onzorgvuldig de staatssecretaris hierbij te werk gaat, moge blijken uit het feit dat hij het NMI omschrijft als een “gemeentelijke collectie met een beperkt publieksbereik”. Het NMI is juist ons nationale ‘muzikale geheugen’, dat een enorm aantal archieven bevat van Nederlandse componisten – daaronder zonder uitzondering ook de belangrijkste – , musici en muziekinstellingen. Een van de afdelingen van MCN is Donemus, kort na de tweede wereldoorlog opgericht als documentatiecentrum voor nieuwe muziek, en de aangewezen plek om Nederlandse partituren van de afgelopen 65 jaar te bestuderen.

Door de aard van hun collecties en documentatie zijn het NMI en MCN geen instellingen waar massa’s mensen over de vloer komen. Zij ontvangen in de eerste plaats musici en muziekwetenschappers. Maar langs deze weg straalt hun werk wel degelijk uit naar een veel groter publiek, zoals bijvoorbeeld via de projecten van de Stichting Cellosonate Nederland. De digitale catalogus van Nederlandse composities voor cello en piano die op onze site verschijnt, de tekstboekjes bij onze cd’s en de mondelinge toelichtingen bij onze concerten kunnen alleen maar tot stand komen dankzij de talrijke uren die wij in beide instituten doorbrengen, doordat we daar biografische bronnen, manuscripten en autografen, uitgaven en revisies kunnen bestuderen, fotomateriaal ter beschikking krijgen, gesprekspartners vinden. Wij vinden het belangrijk dat u als ons publiek zich hiervan bewust bent. Als de voornemens van de staatssecretaris werkelijkheid worden, lopen we groot gevaar dat we bijvoorbeeld onze catalogus niet zullen kunnen voltooien. En dit alles nog afgezien van de vraag wat er met al die bijzonder waardevolle collecties zal gaan gebeuren.