Apeldoorn, 25 maart 1951
 
 
Obsession, opus 40
1990
tijdsduur: circa 8’15”;
uitgever: Donemus, Amsterdam 1991;
in opdracht van de Adama Zijlstra Stichting
geschreven voor de Scheveningen International Music Competition 1991;
opgedragen aan Matthijs van der Grinten.
 
Four easy pieces opus 82
2012
delen:
1. Preludium (Maestoso)
2. Andante non troppo
3. Grave e molto serioso
4. Vivace
tijdsduur: circa 9’30”;
uitgever: Donemus, Amsterdam 2012, in: Album, band 2;
gecomponeerd in opdracht van Stichting Cellosonate Nederland;
“dedicated to my dear friends Doris Hochscheid and Frans van Ruth”.
 
 
Uitgebreide en actuele informatie over Leo Samama is te vinden op zijn website: www.leosamama.nl.
 
Leo Samama studeerde muziekwetenschappen aan de Rijksuniversiteit Utrecht en enkele jaren compositie bij Rudolf Escher. Van 1977 tot 1991 was hij docent aan het Utrechts Conservatorium en de Rijksuniversiteit Utrecht, tevens werkte hij als recensent bij De Volkskrant, en schreef voor NRC/Handelsblad, de Haagse Post en Luister. Vervolgens was hij artistiek coördinator van het Residentie Orkest en directeur van het Nederlands Kamerkoor.
Als auteur schreef hij onder meer over Nederlandse muziek: Alphons Diepenbrock, componist van het vocale (Amsterdam, AUP 2012) en Nederlandse muziek in de 20-ste eeuw (Amsterdam, AUP 2006), over de drie muzikale ‘erflaters’ Matthijs Vermeulen, Willem Pijper en Rudolf Escher in Erflaters van de twintigste eeuw (Amsterdam, Querido 1991) en over Britse muziek in Een beknopt overzicht van Duizend jaar Britse muziek (Amsterdam, AUP 2003). Recent verscheen De zin van muziek (Amsterdam, AUP 2014).
De compositorische werkzaamheden van Leo Samama hebben sinds zijn eerste officiële opus in 1974/75 tot uitvoeringen in binnen- en buitenland, tal van plaat- en cd-producties en een groot aantal opdrachten geleid. Sinds 2006 zijn bovendien zijn hoorcolleges op cd verschenen, waaronder het succesvolle Klinkende Geschiedenis. Voor zijn verdiensten voor het Nederlandse muziekleven is Leo Samama in juni 2010 benoemd tot Officier in de Orde van Oranje-Nassau.
 
Over Obsession schrijft de componist zelf: Obsession voor cello en piano, opus 40, is een opdracht van de Adema Zijlstra Stichting voor de Scheveningen International Music Competition 1991 (een voorloper van het huidige Nationaal Violoncello Concours in Amsterdam). Het werk heb ik indertijd in 1990, toen ik het componeerde, opgedragen aan mijn cello spelende vriend Matthijs van der Grinten.
De opzet is tamelijk eenvoudig. Het werk opent met een dramatische inzet op basis van heftige chromatisch verlopende parallelle septiemen in de cello omgeven door niet al te dissonante, vooral rijkgekleurde akkoorden in de piano. Daarop volgt een korte cadens voor de solist (overwegend pizzicato) die uitmondt in de grondtoon C met daarboven flageoletten. De gehele thematiek is nu in feite geëxposeerd.
Na deze inleiding klinkt een langzaam zich ontwikkelend en stap voor stap ook versnellend gezang in de cello, met in de piano zich steeds herhalende patronen en lyrische tegenstemmen. De muziek maakt de indruk repetitief te zijn, maar is dat slechts zeer ten dele. Op het hoogtepunt van dit segment klinkt een nieuw, heftiger, ritmisch steeds wisselend snel deel. Hier moet het, als het allemaal naar wens verloopt, flink gaan swingen, hoewel niet zelden à la Stravinsky, enigszins hortend en stotend. De solist speelt afwisselend pizzicato (samenspel met de linkerhand van de piano) en met de strijkstok (kiemen van lyriek).
Dit korte, maar lastige deel leidt tot een tweede climax, waarin het begin kort teruggehaald wordt en vervolgens de coda inzet. Deze coda herneemt al het voorgaande, maar nu tot de laatste maat diminuendo. Bij het slot moest ik, toen het er eenmaal stond, even denken aan die prachtige regels die Mendelssohn voor het scherzo van zijn Oktet gebruikt heeft: “Wolkenflug und Nebelflor/ Erhellen sich von oben./ Luft im Laub und Wind im Rohr,/ Und alles ist zerstoben.” Het zijn de laatste vier regels van de Walpurgisnachtstraum uit Goethe’s Faust. (Hilversum 1990/2014)
 

Componisten

Alkema, Henk

Harlingen, 20 november 1944
Utrecht, 4 augustus 2011

Appy, Ernest

Den Haag, 25 oktober 1834
Kansas City, 2 augustus 1895

Badings, Henk

Bandoeng (Java), 17 januari 1907
Maarheeze, 26 juni 1987

Bijvanck, Henk

Koedoes (Java), 6 november 1909
Heemstede, 5 september 1969

Bouman, Antoon

’s Hertogenbosch, 18 oktober 1854
Wassenaar, 23 maart 1906

Bunge, Sas

Amsterdam, 19 juli 1924
Utrecht, 17 juli 1980

Dispa, Robert

Sint-Pieters-Leeuw (België), 19 september 1929
Hengelo (O), 6 maart 2003

Frid, Géza

Máramarossziget (Hongarije, thans Roemenië), 25 januari 1904
Beverwijk, 13 september 1989

Godron, Hugo

Amsterdam, 22 november 1900
Zoelmond, 6 december 1971

Kes, Willem

Dordrecht, 16 februari 1856
München, 22 februari 1934

Ketting, Otto

Amsterdam, 3 september 1935
Den Haag, 13 december 2012

Lilien, Ignace

Lemberg (thans Lviv, Oekraïne), 29 mei 1897
Den Haag, 10 mei 1964

Mul, Jan

Haarlem, 20 september 1911
Haarlem, 30 december 1971

Osieck, Hans

Amsterdam, 25 januari 1910
Bloemendaal, 22 juni 2000

Stam, Henk

Utrecht, 26 september 1922
Suawoude, 9 december 2002

Witte, G. H.

Utrecht, 16 november 1843
Essen (D), 3 februari 1929