Amsterdam, 8 augustus 1886
Amsterdam, 25 juli 1963
 
 
Sonatina in modo antiquo
1939
delen:
1. Andante
2. Larghetto
3. Allegro
tijdsduur: circa 9′;
uitgever: Donemus, Amsterdam 1949.
 
Three Fantasies, voor cello en clavecimbel of piano
1960
delen:
1. Moderato, ma non troppo lento
2. Andante
3. Allegro
tijdsduur: n.t.b.;
uitgever: Donemus, Amsterdam 1960;
opgedragen aan Reinier Bresser.
 
 
Daniel Ruyneman is van grote betekenis geweest voor de rol van de nieuwe muziek in het Nederlandse muziekleven tijdens een groot deel van de twintigste eeuw.
Nadat hij van 1913 tot 1916 compositie had gestudeerd aan het Amsterdamsch Conservatorium bij Bernard Zweers, richtte hij in 1918 met Sem Dresden, Henri Zagwijn, Bernhard van den Sigtenhorst Meyer en Alexander Voormolen – later zou Willem Pijper zich bij hen voegen – de Nederlandsche Vereeniging tot Ontwikkeling der Moderne Scheppende Toonkunst op. Die ging in 1924 over in de Nederlandse afdeling van de International Society for Contemporary Music (ISCM).
In 1920 vestigde hij zich in Groningen, waar hij samenwerkte met de kunstschildersgroep De Ploeg en het Groninger Studenten Muziekgezelschap Bragi dirigeerde. Met dit orkest gaf hij de Nederlandse première van Le bœuf sur le toit.
In de jaren 1930 richtte hij, weer teruggekeerd naar Amsterdam, de Nederlandsche Vereeniging voor Hedendaagsche Muziek op. Hij was hoofdredacteur van het tijdschrift van die vereniging totdat het in 1941 moest ophouden te verschijnen. In de jaren 1950 organiseerde hij in het Amsterdamse Stedelijk Museum concertseries met nieuwe muziek van zowel buitenlandse als Nederlandse componisten.
 
Wanneer men aan de muziek van Daniel Ruyneman denkt, treden in de eerste plaats een paar van zijn vroegste werken naar voren, geschreven na zijn ontmoeting met Debussy: De Roep (1918) voor woordloos koor en Hiëroglyphen (eveneens 1918) voor drie dwarsfluiten, celesta, harp, piano, twee mandolines, twee gitaren en de door hem zelf ontworpen electrophoon. Ook de pianosonatine (1917) mag hier genoemd worden, geschreven voor pianist-dirigent Evert Cornelis, een sympathisant van de moderne componisten. Zijn verdere ontwikkeling als componist volgt enigszins de internationale muziekontwikkeling, waarvoor hij brede belangstelling  had (hij stond in contact met componisten als Berg, Webern, Wellesz en Milhaud). Na de tweede wereldoorlog hield hij zich ook korte tijd met het serialisme bezig.
 
De Sonatina in modo antiquo moet, zoals de titel al verraadt, eerder aan de kant van het neoklassicisme geschaard worden. Er wordt gespeeld met zowel barokke als klassieke elementen: polyfone passages, barokachtige virtuositeit, grapjes met cadensen, af en toe een knipoog naar de neoklassieke Stravinskij. Ook de relatie tussen de drie delen is klassiek: relatief snel – langzaam – snel.
Nadat hij in 1952 al een Sonate voor fluit en clavecimbel had gecomponeerd, schreef Ruyneman in 1960 Three Fantasies voor cello en clavecimbel. Het was in die tijd nog gebruikelijk daar “of piano” aan toe te voegen (zoals eerder bij bijvoorbeeld Poulenc en Voormolen). Maar waar wij tegenwoordig over zoveel goede clavecimbels en clavecinisten beschikken, kunnen we deze werken met een gerust hart aan hen overlaten.
 
Ruyneman componeerde ook nog een werk voor vier celli: Quattro tempi per quattro violoncelli (1937, revisie 1944).
 
 
(9 augustus 2014)

Componisten

Alkema, Henk

Harlingen, 20 november 1944
Utrecht, 4 augustus 2011

Appy, Ernest

Den Haag, 25 oktober 1834
Kansas City, 2 augustus 1895

Badings, Henk

Bandoeng (Java), 17 januari 1907
Maarheeze, 26 juni 1987

Bijvanck, Henk

Koedoes (Java), 6 november 1909
Heemstede, 5 september 1969

Bouman, Antoon

’s Hertogenbosch, 18 oktober 1854
Wassenaar, 23 maart 1906

Bunge, Sas

Amsterdam, 19 juli 1924
Utrecht, 17 juli 1980

Dispa, Robert

Sint-Pieters-Leeuw (België), 19 september 1929
Hengelo (O), 6 maart 2003

Frid, Géza

Máramarossziget (Hongarije, thans Roemenië), 25 januari 1904
Beverwijk, 13 september 1989

Godron, Hugo

Amsterdam, 22 november 1900
Zoelmond, 6 december 1971

Kes, Willem

Dordrecht, 16 februari 1856
München, 22 februari 1934

Ketting, Otto

Amsterdam, 3 september 1935
Den Haag, 13 december 2012

Lilien, Ignace

Lemberg (thans Lviv, Oekraïne), 29 mei 1897
Den Haag, 10 mei 1964

Mul, Jan

Haarlem, 20 september 1911
Haarlem, 30 december 1971

Osieck, Hans

Amsterdam, 25 januari 1910
Bloemendaal, 22 juni 2000

Stam, Henk

Utrecht, 26 september 1922
Suawoude, 9 december 2002

Witte, G. H.

Utrecht, 16 november 1843
Essen (D), 3 februari 1929