Dutch Cello Sonatas – CD 2

16,00

Julius Röntgen (1855-1932): Sonate opus 41 (1901), Sonate opus 56 (1907) en Cinq morceaux (1918, rev. 1923)
Daniel van Goens (1858-1904): 3 korte stukken

2009, MDG audiomax 903 1574-6

Gekozen als beste kamermuziek-cd van 2009 door de luisteraars van het R4-programma Viertakt
Redactiekeuze in Opus Klassiek
Opus d’Or in Opus haute définition

Categorieën: , Tag:

Beschrijving

 
 
Recensies
 
 
“Julius Röntgen (1855-1932) componeerde zo fantastisch voor de cello omdat hij van jongs af de klank en mogelijkheden van het instrument vanbinnen heeft gevoeld. De neef met wie hij in Leipzig dagelijks speelde en samenspeelde, werd later Europa’s beroemdste cellist: Julius Klengel. Röntgen schreef sonates en concerten voor cellisten die hij bewonderde en die zijn vrienden waren: Hegar, Klengel, Bosmans en Casals. Ook zijn eigen zoons, Engelbert en Edvard, waren topcellisten. Het zat dus wel goed met Röntgen en de cello. Puur Nederlandse cellomuziek zijn de sonates uit 1901 en 1907 echter niet; Röntgen woonde en werkte weliswaar in Amsterdam, maar zijn inborst en muzikale gerichtheid waren door en door Duits. Bovendien laafde hij zich stevig aan Brahms’ bron.
Doris Hochscheid en Frans van Ruth vormen een bijzonder duo. Hij schept heel onnadrukkelijk de veilige en liefdevolle bedding waarin zij haar hartstocht onbelemmerd kan uitstorten. Ondertussen past alles heel precies bij elkaar. Geen gerommel, nooit. Er zijn de afgelopen jaren meer opnamen van deze sonates op cd uitgebracht, maar nu pas zijn alle voorwaarden vervuld.
Drie verrukkelijke niemendallen van de in Leiden geboren Daniel van Goens (1858-1904) maken Röntgens taart af”.
 
Jurjen Vis (Klassieke Zaken, december 2009)
 
 
“Pablo Casals geldt nog steeds als de grootste cellist aller tijden, en je kunt horen dat Julius Röntgen in zijn speciaal voor de beroemde Catalaan gecomponeerde Cellosonate opus 56 dan ook zijn beste beentje voor heeft gezet.
Röntgen, de Duitser die een Nederlands componist werd, opent met een behaaglijk zingende openingsmuziek, maar legt in het tweede deel een reeks riffs neer waar menige rockband zijn voordeel mee zou kunnen doen. Vervolgens exploreert hij de elegische en gepassioneerde aspecten van de cello. Dat alles in een romantisch idioom dat in 1907 al niet zo modern meer was, maar dat doet er een eeuw later eigenlijk al evenmin toe als toen.
Celliste Doris Hochscheid en pianist Frans van Ruth hebben terecht dit prachtstuk als opening gekozen voor hun tweede cd met Nederlandse cellomuziek. De andere, zes jaar eerder gecomponeerde Röntgen-sonate op de cd maakt een iets vlakkere indruk, in weerwil van het intense cantabile van Hochscheid en de solide, maar even bevlogen ondergrond van Van Ruth.
Ook de Cinq Morceaux, met charmante muzikale portretjes van personages uit The Tempest, zoals een struikelende Caliban, zijn ten onrechte veronachtzaamd. (Drie korte werkjes van Daniel van Goens bieden een aangename kennismaking met deze vergeten negentiende-eeuwse componerende cellist.)”
 
Frits van der Waa (De Volkskrant, 28 januari 2010)
 
 
“Pour ce second volet consacré aux Sonates pour violoncelle hollandaises, Doris Hochscheid (violoncelle) et Frans van Ruth (piano) nous entraînent sur les traces de deux compositeurs méconnues dans nos contrées. Julius Röntgen (1855-1932) et Daniel van Goens (1858-1904). Du premier nous pouvons entendre la Sonate opus 56 en si mineur datant de 1907, Cinq Morceaux de 1917/18, révisés en 1922/23, et la Sonate opus 41 en la mineur datant de 1901. Du second, c’est un scherzo op. 12 de 1895, Invocation op. 36 de 1900 et enfin Menuet op. 39 datant de 1900 également. Comme pour le précédent volume le petit miracle se poursuit, et le duo de musiciens nous invite au partage d’une musique à découvrir et à savourer sans modération. Voici donc une initiative éditoriale à saluer, qui nous éloigne avec bonheur des sentiers battus par le manque d’imagination de certains labels”.
 
Jean-Jacques Millo (Opus Haute Définition, Mars 2010)
 
 
recensie opus klassiek