Arnhem, 19 mei 1930
 
 
Sonate
1987, revisie 1991
delen:
1. Allegro
2. Nocturne
3. Vivace capriccioso
tijdsduur: circa 12′;
uitgever: Donemus, Amsterdam 1987;
opgedragen aan Jean Decroos en Danièle Dechenne.
 
 
Hans Kox studeerde van 1948 tot 1951 piano bij Jaap Spaanderman en van 1951 tot 1955 compositie bij Henk Badings. In 1953 debuteerde hij als componist met een strijktrio. Hij vervulde diverse functies in het Nederlandse muziekleven: van 1957 tot 1970 was hij directeur van de muziekschool in Doetinchem, van 1970 tot 1974 adviseur van het Noordhollands Philharmonisch Orkest en van 1974 tot 1984 docent compositie aan het Utrechts Conservatorium.
Meerdere van zijn composities werden bekroond, zoals in 1959 zijn Eerste Symfonie met de Visser-Neerlandia Prijs, in 1970 In those days voor twee gemengde koren en orkest met de Prix Italia en in 1974 L’Allegria voor sopraan en orkest met de eerste prijs van het Rostrum of Composers. In those days vormt samen met het Requiem for Europe (1971) voor vier gemengde koren en orkest  en A child of Light (Anne Frank Cantate, 1984) voor solostemmen, koor en orkest  het zogenaamde oorlogsdrieluik. Naar aanleiding van de première van de Vijfde Symfonie “Umbrae futurae” (2008) zond de NTR een documentaire over Hans Kox uit.
De cello neemt een prominente plaats in het omvangrijke oeuvre van Hans Kox in. Behalve de Cellosonate schreef hij: Cyclofonie I voor cello en ensemble (1964), het Eerste Celloconcert (1969, revisie 1981), Cyclofonie XII voor acht celli (1979), Le songe du vergier voor cello en orkest (1986, in opdracht van het Internationale Muziekconcours Scheveningen) en het Tweede Celloconcert (1997).
 
Hans Kox gelooft vol overtuiging in de mogelijkheden die de traditionele vormen nog steeds bieden. Hij staat er echter op dit geloof niet te verwarren met conservatisme, juist omdat hij nog zoveel ontwikkelingsmogelijkheden in die vormen ziet. In een in het Engels gepubliceerd interview met Maarten Brandt zegt hij over het ontwikkelen van het gevoel voor vorm: “One must become so attuned to a form that the composition is not heard as a sonata, for example, but as an exciting, intriguing dissertation that enthralls the listener. The majority of composers have to withstand many a struggle before they’re capable of creating music that works on a suggestive level and is not dependent on the form alone for justifying its existence”.
 
Het eerste deel van de Cellosonate heeft een dreigend karakter (irascibile). Het is overwegend lineair en polyfoon gecomponeerd. Opeenvolgende afwisseling van maatsoorten: 13/16, 11/16, 12/16, 11/16 en het gebruik van oneven notengroepen (kwintolen) verhogen de onrustige stemming. In een senza misura passage (ff sempre vigoroso) ontwikkelt zich in de baslijn van de piano een geoctaveerde melodie. In een tweede senza misura passage (liberamente) krijgt de cello een kort ogenblik respijt voor een lyrisch gebaar, voordat het deel onvermijdelijk naar zijn einde snelt in een diminuendo poco a poco dat eindigt in een ppp.
In de zo ontstane stilte ontstaat het tweede deel, een Nocturne, waarin boven een tastende pianopartij (esitante) de cello een lange, melancholieke melodie weeft. Na een extatische climax verdwijnt de melodie in een kort diminuendo en verstart geleidelijk het begeleidingsfiguur van de piano. Met twee groepjes van drie snelle noten kondigt de cello het derde deel aan, dat attacca subito op het tweede deel volgt.
Het derde deel is vol contrasten (capriccioso) en tegengestelde stemmingen wisselen er elkaar af. Uiteindelijk diminueert een hoge E in de cello (sff) naar een aangehouden hoge G (pp>), waarna de sonate met een kort resoluut gebaar ten einde wordt gebracht.
 
www.hanskox.nl
 
literatuur:
Bas van Putten, Hoog Spel (Donemus, Amsterdam 2005)
 
media:
NTR-documentaire 2008
 
opname:
Mirel Iancovici en Bob Versteegh, cat. nr. ATTACCA Babel 9374
 
 
(30 oktober 2012)

Componisten

Alkema, Henk

Harlingen, 20 november 1944
Utrecht, 4 augustus 2011

Appy, Ernest

Den Haag, 25 oktober 1834
Kansas City, 2 augustus 1895

Badings, Henk

Bandoeng (Java), 17 januari 1907
Maarheeze, 26 juni 1987

Bijvanck, Henk

Koedoes (Java), 6 november 1909
Heemstede, 5 september 1969

Bouman, Antoon

’s Hertogenbosch, 18 oktober 1854
Wassenaar, 23 maart 1906

Bunge, Sas

Amsterdam, 19 juli 1924
Utrecht, 17 juli 1980

Dispa, Robert

Sint-Pieters-Leeuw (België), 19 september 1929
Hengelo (O), 6 maart 2003

Frid, Géza

Máramarossziget (Hongarije, thans Roemenië), 25 januari 1904
Beverwijk, 13 september 1989

Godron, Hugo

Amsterdam, 22 november 1900
Zoelmond, 6 december 1971

Kes, Willem

Dordrecht, 16 februari 1856
München, 22 februari 1934

Ketting, Otto

Amsterdam, 3 september 1935
Den Haag, 13 december 2012

Lilien, Ignace

Lemberg (thans Lviv, Oekraïne), 29 mei 1897
Den Haag, 10 mei 1964

Mul, Jan

Haarlem, 20 september 1911
Haarlem, 30 december 1971

Osieck, Hans

Amsterdam, 25 januari 1910
Bloemendaal, 22 juni 2000

Stam, Henk

Utrecht, 26 september 1922
Suawoude, 9 december 2002

Witte, G. H.

Utrecht, 16 november 1843
Essen (D), 3 februari 1929