Den Haag, 23 december 1913
Nieuwegein, 29 december 1995
 
 
Sonata
1936
delen:
1. Allegro commodo
2. Adagio
3. Presto ma non troppo
4. Allegro ma non troppo
tijdsduur: circa 14′;
opgedragen aan Henk van Wezel;
uitgever: Donemus, Amsterdam 1949.
 
 
Hans Henkemans had van 1926 tot 1931 piano- en compositieles van Bernhard van den Sigtenhorst Meyer. Van 1933 tot 1938 studeerde hij compositie bij Willem Pijper. In die tijd had hij tevens pianoles bij George van Renesse.
Vanaf 1931 studeerde hij geneeskunde in Utrecht, maar kort na de tweede wereldoorlog staakte hij zijn werk als arts om zich aan zijn podiumcarrière te kunnen wijden. Hij verwierf internationale faam, met name als vertolker van Mozart en Debussy. In de jaren 1960 doceerde hij compositie en instrumentatie aan het Noord-Nederlands Conservatorium te Groningen en piano aan het Muzieklyceum te Amsterdam.
In 1969 beëindigde hij zijn podiumcarrière. Hij legde zich nu intensief toe op de psychiatrie en promoveerde in 1981 op het proefschrift Sublimatie-stoornissen bij kunstenaars (Aspecten van de sublimatie, haar stoornissen en de therapie hiervan).
 
De werkenlijst van Henkemans loopt ononderbroken door van 1931 tot 1992. Zijn cellosonate behoort tot zijn vroegste werken. Veel later, in 1989, zou hij nog een celloconcert voltooien. Henkemans schreef opvallend veel soloconcerten, van zijn pianoconcert no.1 (1932) tot en met zijn pianoconcert no.3 (1992). Ook de stem speelt een belangrijke rol in zijn œuvre, bijvoorbeeld in de Ballade voor alt en klein orkest op een gedicht van Charles d’Orléans (1936), Villonnerie voor bariton en orkest op gedichten van François Villon (1965) en de opera Winter Cruise (1977). Zijn muziektaal is beïnvloed door Debussy, Ravel en Pijper.
 
De cellosonate is Henkemans’ eerste sonate, zij ontstond nog tijdens zijn studietijd bij Willem Pijper. Later zouden nog volgen: een sonate voor twee piano’s (1943), een vioolsonate (1944) en een pianosonate (1958).
Pijpers invloeden zijn vooral terug te vinden in de toepassing van bitonaliteit en polymetriek. Ook maakt Henkemans veelvuldig gebruik van de afwisseling symmetrie/asymmetrie, bijvoorbeeld door het verbinden van een 4/4 met een 3/4 maat (zoals meteen al in het hoofdmotief van het eerste deel). Maar over het algemeen is Henkemans’ sonate geschreven in een veeleer klassieke factuur. Dat geldt al voor de wijze waarop de vier delen met elkaar gecombineerd zijn. Het tweede deel is daarin het langzame deel met een tamelijk donker en elegisch karakter en het derde deel een markant scherzo, dat met twee 2/4 maten begint, maar dan een 3/4 hoofdmetrum blijkt te hebben, steeds weer afgewisseld met 2/4 maten.
Het laatste deel streeft, met een veelvuldig gebruik van een 5/4 metrum, doelbewust naar het einde, op een wijze die men van sommige werken van Ravel kent.

 
 
(7 augustus 2014)

Componisten

Alkema, Henk

Harlingen, 20 november 1944
Utrecht, 4 augustus 2011

Appy, Ernest

Den Haag, 25 oktober 1834
Kansas City, 2 augustus 1895

Badings, Henk

Bandoeng (Java), 17 januari 1907
Maarheeze, 26 juni 1987

Bijvanck, Henk

Koedoes (Java), 6 november 1909
Heemstede, 5 september 1969

Bouman, Antoon

’s Hertogenbosch, 18 oktober 1854
Wassenaar, 23 maart 1906

Bunge, Sas

Amsterdam, 19 juli 1924
Utrecht, 17 juli 1980

Dispa, Robert

Sint-Pieters-Leeuw (België), 19 september 1929
Hengelo (O), 6 maart 2003

Frid, Géza

Máramarossziget (Hongarije, thans Roemenië), 25 januari 1904
Beverwijk, 13 september 1989

Godron, Hugo

Amsterdam, 22 november 1900
Zoelmond, 6 december 1971

Kes, Willem

Dordrecht, 16 februari 1856
München, 22 februari 1934

Ketting, Otto

Amsterdam, 3 september 1935
Den Haag, 13 december 2012

Lilien, Ignace

Lemberg (thans Lviv, Oekraïne), 29 mei 1897
Den Haag, 10 mei 1964

Mul, Jan

Haarlem, 20 september 1911
Haarlem, 30 december 1971

Osieck, Hans

Amsterdam, 25 januari 1910
Bloemendaal, 22 juni 2000

Stam, Henk

Utrecht, 26 september 1922
Suawoude, 9 december 2002

Witte, G. H.

Utrecht, 16 november 1843
Essen (D), 3 februari 1929