Hekking, Gérard
Gérard Hekking stamt uit een echte, uit Den Haag afkomstige, cellistenfamilie. Allereerst waren er de broers Robert en Charles, die beide lesgaven aan het Conservatorium van Bordeaux. Robert had twee cellospelende zoons: Anton, die vooral carrière maakte in Duitsland, en André, die leraar was aan het Conservatorium van Parijs en het American Conservatoire in Fontainebleau. In 1918 gaf hij met Alfred Cortot de eerste uitvoering van de Eerste Cellosonate van Gabriel Fauré en in 1925 werkte hij mee aan de première van Fauré’s Strijkkwartet.
Gérard was de zoon van Charles. Hij studeerde aanvankelijk bij zijn vader en daarna bij Jules Delsart aan het Conservatorium van Parijs. Van 1903 tot 1914 was hij solocellist van het Concertgebouworkest. In die periode gaf hij tevens les aan het Amsterdams Conservatorium. In 1921 werkte hij mee aan de première van het Tweede Pianokwintet van Gabriel Fauré en in 1922 creëerde hij diens Tweede Cellosonate met Alfred Cortot aan de piano. In Nederland trad hij onder meer op met Henriëtte Bosmans,die haar Trois Impressions voor cello en piano (vermoedelijk gecomponeerd in 1926) aan hem opdroeg.
Eerder al had Dirk Schäfer zijn Cellosonate opus 13 (1909, uitgegeven in 1916) aan hem opgedragen. In 1927 werd Hekking benoemd tot leraar aan het Conservatorium van Parijs, waar Paul Tortelier en Maurice Gendron tot zijn leerlingen behoorden.
Gérard Hekking schreef een aantal korte stukken voor cello en piano. Zijn eigen opname van een daarvan, Villageoise, is bewaard gebleven.
Het Nederlands Muziek Instituut bezit de volgende werken voor cello en piano van Gérard Hekking:
Villageoise (Éditions du Magasin Musical Pierre Schneider, 1930)
Chanson mélancolique (Éditions du Magasin Musical Pierre Schneider, 1930)
Danse campagnarde (Durand, 1933)
Joujou mécanique (Durand, 1933)
Menuet de l’infant (Durand, 1933)
Menuet pour Casals (Durand, 1933)
Danse pour les Sakharoff (Durand, 1933)
(april 2007)
