Dunkler, Emile

Den Haag, 1840 of 1841
Den Haag (?), 6 februari 1871

Emile’s grootvader, François Dunkler sr. werd in 1779 geboren in Rastatt (Groothertogdom Baden). Nadat hij zich in 1815 in Nederland haf gevestigd, werd hij in 1829 naar Den Haag beroepen om een muziekcorps samen te stellen van de afdeling Grenadiers.
In 1849 werd hij als dirigent daarvan opgevolgd door zijn zoon François Dunkler jr. (1816-1878). Aan het einde van diens bewind, namelijk in 1876, werd het corps omgedoopt tot Koninklijke Militaire Kapel.

Van Emile Dunkler, zoon van François jr., weten we op dit ogenblik niet veel meer dan dat hij een ook internationaal bekend cellist was. Daarbij kan worden aangetekend dat al zijn ons bekende composities Franse titels dragen en dat zijn werken tijdens zijn leven in Parijs werden uitgegeven.
Tekenend voor de populariteit van Dunklers werk is dat, geruime tijd na zijn dood, eerst de Parijse uitgever Fromont overging tot een collectieve uitgave van zeventien van zijn ‘genrestukken’: Dix-sept morceaux de genre, édition revue et corrigée par G. Sandré, 1895, en dat vijftien jaar later de Londense uitgever Augener dit voorbeeld volgde: Compositions, revues et doigtées par Ludwig Lebell, 1910.
Overigens was er al tijdens Dunklers leven een verzamelband gepubliceerd door de Parijse uitgever Girod: Cinq morceaux de genres, ca. 1867.

Het Nederlands Muziek Instituut bezit alle drie bundels, en daarnaast nog losse uitgaven van:
Danse hollandaise opus 13
Berceuse opus 14
La fileuse opus 15
Tarantella opus 17
Caprice hongroise opus 18
Chanson à boire opus 19
Rêverie opus 20,
opgedragen aan Caroline Derval
Une larme opus 21
Un reproche opus 22

Bovendien bezit het Nederlands Muziek Instituut nog twee manuscripten, die waarschijnlijk uit de jaren 1860 dateren:
Introduction et Tarantelle
L’absence

(7 juli 2011)