Bonhomme, Andrée
foto: NMI
Lamento [opus 84c]
1942
tijdsduur: n.t.b.;
manuscript;
vindplaats: Nederlands Muziek Instituut.
Pièce en forme de sonate [sonatine] opus 86
1943
tijdsduur: ca. 10′;
manuscript;
vindplaats: Nederlands Muziek Instituut.
In memoriam Henri Hermans [opus 90]
1947
tijdsduur:n.t.b.;
manuscript;
vindplaats: Nederlands Muziek Instituut.
Andrée Bonhomme studeerde piano bij Maria Gielen aan het Maastrichts Muzieklyceum en muziektheorie en compositie bij Henri Hermans. Zij studeerde daarna nog muziek in Den Haag, ik weet niet bij wie. Tussen 1928-1940 ging zij ‘s zomers naar Darius Milhaud in Parijs. In het begin van de jaren vijftig studeerde zij nog enige maanden in Maastricht bij Matty Niël. In 1928 debuteerde zij als concertpianiste met het Maastrichts Stedelijk Orkest o.l.v. Henri Hermans met een pianoconcert van Mozart en als componiste met Drie schetsen voor kamerorkest. Kort daarna werd zij als bespeelster van piano en celesta aan dit orkest verbonden. In 1932 werd Andrée Bonhomme docente theoretische vakken en piano aan de Heerlense muziekschool. Haar muziek is sterk Frans georiënteerd en sluit aan bij Debussy en Ravel. Ondanks zeer sterke Franse invloed in haar muziek, bleef zij volgens verschillende recensenten toch zichzelf. Schreef ook vooral liederen op franse teksten, weigerde tijdens de Tweede Wereldoorlog ook maar enige concessies te doen aan het nazi-regime (ze werd bijvoorbeeld geen lid van de Kultuurkamer) en uitvoeringen van haar werk waren dus beperkt tot huisconcerten. Haar 51 liederen zijn geschreven tussen 1920 en 1955. Haar muziek bevindt zich in manuscript in het Nederlands Muziekinstituut in Den Haag en duplicaten in een schaduwarchief in Maastricht.
Tijdens een liederenavond van Liesbeth Bredero in 1960 werd voor het eerst in het openbaar de Shéhérazade-cyclus uitgevoerd, met Andrée Bonhomme aan de piano. Een recensie zegt[2]: “Het is een prachtige cyclus waarvan vooral het eerste lied Chansons de flûte uitmunt door een sterke sfeer en een ragfijne pianopartij. Bonhomme blijkt sterk onder franse invloeden te staan, zonder daar nochtans haar eigenheid bij te verliezen. De exotische en poëtische pracht van deze teksten heeft zij knap gestalte gegeven. Terecht huldigde men haar en de zangeres nadrukkelijk.” Dit was niet echt de eerste uitvoering, want tijdens een huisconcert in de winter van ’45/’46 was dit werk al eens gezongen door de Amsterdamse zangeres Hans Gruys. In 1972 werden de cycli Shéhérazade door Christa Wolfs en La flûte de jade door de bariton Ger Withag uitgevoerd in Heerlen, beide weer met pianobegeleiding hoewel er van allebei een orkestversie bestaat. Jan Schouten schrijft over dit concert: “Mijn allereerste indruk was: Al deze muziek zou op het programma van de beste kunstenaars een sieraad betekenen. […] Even verder luisterend en nadenkend, kwam de bevinding dat de muziek van Andrée Bonhomme identiek is aan de wezenlijke persoonlijkheid van de componiste. Al heeft zij dan sterke invloed moeten ondergaan van een groot man als Darius Milhaud, zij is in haar muziek “zichzelf”. Dat hoort men duidelijk. De uitgesproken Frans klinkende muziek “onderstreept” gelukkig de sensitieve poëzie, waarover onmiskenbaar een zweem van nostalgie ligt.”[3]
Andrée Bonhomme schreef eveneens liederen op Aziatische teksten in Franse vertaling en zij was voorzover ik weet de enige Nederlandse componiste die behalve Chinese ook (anonieme) Arabische poëzie gebruikte.
Andrée Bonhomme schreef in 1955 haar Quatre Mélodies de Tristan Klingsor naar aanleiding van een regeringsopdracht. Dit zijn tevens de laatste liederen van Andrée Bonhomme. Een krant wijdt een artikeltje aan deze regeringsopdracht. Minister Cals van Onderwijs, Kunsten en Wetenschap gaf haar opdracht tot het componeren van liederen voor zangstem met orkestbegeleiding (liefst kamerorkest) voor 1 april 1956.[1]
Een dergelijke opdracht hoeft blijkbaar niet automatisch tot uitvoering van het werk te leiden: In 1958 zegt een (weer onbekende) krant: “En die orkestliederen moeten maar eens snel tot uitvoering komen”. Het zijn overigens wel haar enige liederen die tijdens haar leven zijn uitgegeven (door Donemus). Andrée Bonhomme ontving in 1972 een koninklijke onderscheiding, die haar werd overhandigd tijdens een concert waarbij o.a. haar 2 liederencycli La flûte de jade en Shéhérazade werden uitgevoerd.
