Den Helder, 10 mei 1891
Den Haag, 21 april 1977
 
foto: NMI
 
 
Nocturne in d
jaar van compositie: 1924
tijdsduur: circa 6′;
uitgever: Editions Maurice Senart, Paris z.j.;
opgedragen aan Paul Vidal;
vindplaats: Nederlands Muziek Instituut.
 
 
Voor zover bekend, is er nog geen gericht onderzoek gedaan naar leven en werken van Rosine de Cocq. We weten echter dat ze het grootste gedeelte van haar leven in Den Haag heeft gewoond, waar ze werkzaam was als pianiste en componiste. Daarnaast moet ze goede connecties hebben gehad in Parijs. Zo zijn haar Deux Chansons, in 1914 uitgegeven bij Van Eck in Den Haag, opgedragen aan Mlle. Jeanne Bourgeois de l’Opéra Comique, en is haar Légende, in 1921 in eigen beheer uitgegeven, opgedragen aan de Franse celliste Marguerite Caponsacchi. De Bibliothèque Nationale in Parijs bezit een exemplaar van haar Habanera voor piano solo, in 1937 in eigen beheer uitgegeven, met een Franstalige handgeschreven opdracht.
Rosine de Cocq heeft een enorme hoeveelheid liederen op Franse, Duitse en Nederlandse teksten gecomponeerd. Vaak op gedichten van (nu) minder bekende dichters, al komt ook Paul Verlaine een aantal keren voor. De autografen daarvan bevinden zich in het Nederlands Muziek Instituut. Een werk met een grootschaliger karakter is het lied Frühlingsnacht voor zang en orkest, in 1929 uitgevoerd in Rotterdam.
 
Onder de nagelaten autografen bevindt zich ook een respectabel aantal korte stukken voor cello en piano, die nadere studie behoeven. Sommige daarvan hebben een opdracht, bijvoorbeeld aan Judith Bokor en aan de Franse celliste Madeleine Monnier, aan wie Rosy Wertheim het middendeel van haar cellosonatine opdroeg.
De Nocturne voor cello en piano verscheen, evenals sonates van Sem Dresden, Jan Ingenhoven, Marius Monnikendam, Matthijs Vermeulen en Hendrik Andriessen, bij Maurice Senart in Parijs. Het werk is opgedragen aan de componist Paul Vidal, oud-leerling van o.a. César Franck en vanaf 1910 professor voor compositie aan het Conservatorium van Parijs.
De Nocturne is geconcipieerd in een driedelige liedvorm: A B A, en geschreven vanuit een romantisch sentiment. Het A-deel, in d-klein en een 3/4 maat, heeft een con moto karakter, dat wordt onderhouden door syncopische begeleidingsfiguren. Nadat het rustig is afgesloten, volgt een contrasterend middendeel in F-groot en 4/4 maat. Een eenvoudige cadens leidt terug naar het A-deel. Maar nadat aan het einde een ogenblik de suggestie wordt gewekt dat de muziek zacht zal wegsterven, leidt een kort crescendo naar een slot niet zonder pathos in D-groot.
 
 
(11 oktober 2012)

Componisten

Alkema, Henk

Harlingen, 20 november 1944
Utrecht, 4 augustus 2011

Appy, Ernest

Den Haag, 25 oktober 1834
Kansas City, 2 augustus 1895

Badings, Henk

Bandoeng (Java), 17 januari 1907
Maarheeze, 26 juni 1987

Bijvanck, Henk

Koedoes (Java), 6 november 1909
Heemstede, 5 september 1969

Bouman, Antoon

’s Hertogenbosch, 18 oktober 1854
Wassenaar, 23 maart 1906

Bunge, Sas

Amsterdam, 19 juli 1924
Utrecht, 17 juli 1980

Dispa, Robert

Sint-Pieters-Leeuw (België), 19 september 1929
Hengelo (O), 6 maart 2003

Frid, Géza

Máramarossziget (Hongarije, thans Roemenië), 25 januari 1904
Beverwijk, 13 september 1989

Godron, Hugo

Amsterdam, 22 november 1900
Zoelmond, 6 december 1971

Kes, Willem

Dordrecht, 16 februari 1856
München, 22 februari 1934

Ketting, Otto

Amsterdam, 3 september 1935
Den Haag, 13 december 2012

Lilien, Ignace

Lemberg (thans Lviv, Oekraïne), 29 mei 1897
Den Haag, 10 mei 1964

Mul, Jan

Haarlem, 20 september 1911
Haarlem, 30 december 1971

Osieck, Hans

Amsterdam, 25 januari 1910
Bloemendaal, 22 juni 2000

Stam, Henk

Utrecht, 26 september 1922
Suawoude, 9 december 2002

Witte, G. H.

Utrecht, 16 november 1843
Essen (D), 3 februari 1929