Amsterdam, 19 juli 1924
Utrecht, 17 juli 1980
 
 
Sonate
1948
delen:
1. Allegro moderato
2. Adagio
3. Allegro con fuoco
tijdsduur: circa 21′;
uitgever: Donemus, Amsterdam 1991;
opgedragen aan Lucas Bunge.
 
 
Sas Bunge kwam uit een muzikaal gezin. Na zijn gymnasiumopleiding (op 15-jarige leeftijd won hij al een z.g. ‘interscolair’ pianoconcours met een eigen compositie, geïnspireerd door een schilderij van Watteau) studeerde hij vanaf 1942 aan het Amsterdams Conservatorium bij George van Renesse en Nelly Wagenaar. Die studie werd in 1946 bekroond met de Prix d’Excellence; daarna volgde hij nog lessen bij Marguérite Long in Parijs. Naast zijn pianostudie volgde Bunge aan het conservatorium compositielessen bij Hendrik Andriessen en later nog enige tijd bij Kees van Baaren.
Sas Bunge was een veelzijdige kunstenaar die als pianist, componist en publicist op velen een onuitwisbare indruk heeft gemaakt. Als pianist had hij in de eerste plaats affiniteit met de grote romantici (Schumann, o.m. het Carnaval); Chopin (o.m. de Ballades), Liszt (de etudes), maar ook kon hij Ravel en Debussy prachtig vertolken. Ook zette hij zich in voor Nederlandse componisten als Willem Pijper, Rudolf Escher en Frank Martin. Hij zocht en vond onbekend pianorepertoire (Alkan, Arensky, Gottschalk e.a.) en in een tijd dat het begrip ‘muziektheater’ nog nauwelijks inhoud had, bracht hij al met originele theatrale elementen opgetuigde recitals in het Amsterdamse Shaffy-theater. Naast zijn functie als hoofddocent piano aan het Utrechts Conservatorium verzorgde hij daar in de laatste jaren een interessante cursus structuuranalyse, waarin veel van zijn gaven samenkwamen.
Aanvankelijk hanteerde Bunge een palet dat voortbouwde op het impressionisme: hij geloofde heilig in de mogelijkheid dat uit het tonale systeem ‘onder de druk van voldoende talent nieuw goud kan worden gewonnen.’ Hij schreef veel liederen (op teksten van Ronsard, Louise Labé, Ben Jonson en anderen) en ontving voor zijn Ballade des Pendus (1944) op tekst van François Villon voor mezzosopraan en orkest de Johan Wagenaarprijs. Later ontving hij verschillende stipendia voor het componeren van educatieve muziek (piano-etudes voor de ontwikkeling van specifieke technische vaardigheden, maar ook composities voor kleine harpen, en, eerder al, werken voor schoolorkest en jeugdkoor). Ook schreef hij kamermuziek voor de gebruikelijke bezettingen.

Componisten

Alkema, Henk

Harlingen, 20 november 1944
Utrecht, 4 augustus 2011

Appy, Ernest

Den Haag, 25 oktober 1834
Kansas City, 2 augustus 1895

Badings, Henk

Bandoeng (Java), 17 januari 1907
Maarheeze, 26 juni 1987

Bijvanck, Henk

Koedoes (Java), 6 november 1909
Heemstede, 5 september 1969

Bouman, Antoon

’s Hertogenbosch, 18 oktober 1854
Wassenaar, 23 maart 1906

Dispa, Robert

Sint-Pieters-Leeuw (België), 19 september 1929
Hengelo (O), 6 maart 2003

Frid, Géza

Máramarossziget (Hongarije, thans Roemenië), 25 januari 1904
Beverwijk, 13 september 1989

Godron, Hugo

Amsterdam, 22 november 1900
Zoelmond, 6 december 1971

Kes, Willem

Dordrecht, 16 februari 1856
München, 22 februari 1934

Ketting, Otto

Amsterdam, 3 september 1935
Den Haag, 13 december 2012

Lilien, Ignace

Lemberg (thans Lviv, Oekraïne), 29 mei 1897
Den Haag, 10 mei 1964

Mul, Jan

Haarlem, 20 september 1911
Haarlem, 30 december 1971

Osieck, Hans

Amsterdam, 25 januari 1910
Bloemendaal, 22 juni 2000

Stam, Henk

Utrecht, 26 september 1922
Suawoude, 9 december 2002

Witte, G. H.

Utrecht, 16 november 1843
Essen (D), 3 februari 1929