Amersfoort, 2 juni 1902
Hilversum, 15 juli 1947
 
 
Sonate
1923
delen:
1. Animato
2. Con dolore e passione
3. Intermezzo (Passionato)
4. Teneramente
tijdsduur: circa 14′;
uitgever: Donemus, Amsterdam 1950.
 
Melody
ca. 1924/1925
tijdsduur: circa 3’30”;
autograaf (netschrift);
vindplaats: Nederlands Muziek Instituut.
 
 
Jacques Beers behaalde in 1923 het einddiploma piano aan het Amsterdams Conservatorium. In 1926 was hij de eerste die er afstudeerde voor het hoofdvak muziekgeschiedenis. Tevens had hij compositieles van Sem Dresden.
In 1927 zette hij zijn compositiestudie voort in Parijs bij Jean Huré en, na diens dood in 1930, bij Nadia Boulanger. Tot aan de tweede wereldoorlog was Beers in Parijs werkzaam als muziekjournalist voor het Handelsblad en als organist en cantor van de Duits Evangelische Kerk. Zijn bewaard gebleven adresboekje duidt op een uitgebreid netwerk.
Het lijkt eerlijk om te stellen dat de Cellosonate uit 1923 nu vooral interessant is om te zien hoe de 21-jarige componist zich een weg zoekt in het modernisme. Op zich boeiende ideeën vinden een vaak nog wat geforceerde uitwerking. Al meer in balans lijkt de Pianosonate van een paar jaar later en opgedragen aan Jean Huré.
 
Beers’ eigen moderne taal breekt door in zijn Trois chansons pour danser, op gedichten van Yvan Goll, uit 1928. Ze zijn uitgegeven bij Heugel, opgedragen aan Vera Janacopoulos (één van de muzen van de modernisten, die de dichter Jan Engelman inspireerde tot zijn cantilene “Ambrosia wat vloeit mij aan…”) en werden gecreëerd door Marcelle Gerar. Deze laatste introduceerde Beers bij Ravel, die zeker geprobeerd heeft hem een plaats in het Parijse muziekleven te bezorgen, getuige ook zijn bewaard gebleven briefkaart uit februari 1930: “Neem me niet kwalijk: ik werk zelf 1º aan een concerto; 2º aan een half concerto (voor de linkerhand); 3º aan een symfonisch gedicht: Dédale 39.
Ik kom zo weinig mogelijk het huis uit. Ik hoop binnenkort uw werk met orkest te horen, want ik twijfel er niet aan dat Monteux ingenomen zal zijn met de muzikaliteit en het karakter”.
 
Andere liedcycli zijn Vlan! 6 chants puérils uit 1930 en de Trois chansons nègres uit 1939, deze laatste opgedragen aan en wederom gecreëerd door Marcelle Gerar. Al deze liederen zijn doordrenkt van een heuse “esprit gaulois”, evenals de Huit pièces faciles voor piano à 4 mains uit 1933.
De Fluitsonate uit 1931, op voorspraak van Ravel uitgegeven bij Eschig en opgedragen aan Elisabeth Sprague-Coolidge, leunt, met al haar onmiskenbare kwaliteiten, misschien iets te opvallend op het neoclassicisme van Stravinskij. Reden waarom sommigen de voorkeur geven aan de spontanere Suite voor fluit en piano uit 1939.
Bijzonder zijn zeker het Concerto voor sopraan, altsaxofoon, piano en orkest uit 1932 en de prachtige Missa sine tenore uit 1934, opgedragen aan Nadia Boulanger.
In deze tijd deponeerde Beers Melody bij het Franse auteursrechtenbureau SACEM: een licht weemoedig werkje met de eenvoud van een chanson (grondtoon c-klein, uitwijking naar Es-groot, afsluiting met een C-groot arpeggio) maar met enige subtiele metrische verschuivingen. Het kan in bepaalde programma’s leuk als intermezzo of als toegift gebruikt worden.
 
 

(maart 2007, met dank aan Arno Beers)

Componisten

Alkema, Henk

Harlingen, 20 november 1944
Utrecht, 4 augustus 2011

Appy, Ernest

Den Haag, 25 oktober 1834
Kansas City, 2 augustus 1895

Badings, Henk

Bandoeng (Java), 17 januari 1907
Maarheeze, 26 juni 1987

Bijvanck, Henk

Koedoes (Java), 6 november 1909
Heemstede, 5 september 1969

Bouman, Antoon

’s Hertogenbosch, 18 oktober 1854
Wassenaar, 23 maart 1906

Bunge, Sas

Amsterdam, 19 juli 1924
Utrecht, 17 juli 1980

Dispa, Robert

Sint-Pieters-Leeuw (België), 19 september 1929
Hengelo (O), 6 maart 2003

Frid, Géza

Máramarossziget (Hongarije, thans Roemenië), 25 januari 1904
Beverwijk, 13 september 1989

Godron, Hugo

Amsterdam, 22 november 1900
Zoelmond, 6 december 1971

Kes, Willem

Dordrecht, 16 februari 1856
München, 22 februari 1934

Ketting, Otto

Amsterdam, 3 september 1935
Den Haag, 13 december 2012

Lilien, Ignace

Lemberg (thans Lviv, Oekraïne), 29 mei 1897
Den Haag, 10 mei 1964

Mul, Jan

Haarlem, 20 september 1911
Haarlem, 30 december 1971

Osieck, Hans

Amsterdam, 25 januari 1910
Bloemendaal, 22 juni 2000

Stam, Henk

Utrecht, 26 september 1922
Suawoude, 9 december 2002

Witte, G. H.

Utrecht, 16 november 1843
Essen (D), 3 februari 1929